Herkennen van functionele en disfunctionele patronen?

Jan heeft moeite met voor zichzelf opkomen en is vaak bang om iemand een vraag te stellen of feedback te geven. Jan wil graag aardig gevonden worden. Hij werkt al een aantal jaren in de rol van coördinator bij een kleine organisatie die bedrijven verder helpt als er meningsverschillen zijn tussen bedrijven die een relatie met elkaar hebben. Een echte regelfunctie met veel "mensencontact" De werkgever heeft Jan bij mij aangemeld met het verzoek Jan te ondersteunen in zijn ontwikkeling en z'n rol binnen de organisatie. Duidelijk durven zijn naar anderen hoort bij de functie. Mensen durven aanspreken en de relatie daarbij bewaken is ook belangrijk.

Tijdens de kennismaking geeft Jan aan handvatten nodig te hebben om andere mensen aan te kunnen spreken zonder zich direct schuldig te voelen. Jan kan zichzelf zo goed inleven in andere mensen en partijen dat hij misschien wel eens doorschiet. Hij heeft het extra druk omdat hij vaak werk van anderen overneemt. "Zij hebben het ook druk volgens mij en ik kan niet vragen mee te helpen. Straks worden ze overbelast en vallen ze om" Al pratende neem ik Jan mee in een aantal praktijksituaties. Welke kwaliteiten gebruikt hij in deze situaties? Wanneer krijgt hij last van "schuldgevoelens"? Hoe signaleert hij bij zichzelf dat hij misschien veel verantwoordelijkheden van mensen overneemt? We stoeien wat met kernkwadranten. Welke kwaliteit schiet door in een valkuil (van 'inleven' naar 'voor anderen denken'. Wat is hierbij je uitdaging en hoe ga je dat signaleren? Waar zitten je allergieën bij het gedrag van andere mensen?

We komen er samen achter dat de eerste 20 jaar van z'n leven, de situatie thuis en in z'n vriendenkring veel raakvlakken heeft met: niemand tot last willen zijn dus geen vragen stellen. Thuis was het gewoon dat je met alles en iedereen rekening hield. Jezelf inleven in de situatie van een ander en daar rekening mee houden, werd de norm. Regel het zelf maar. En dat heeft hij een groot deel van zijn leven gedaan.

Hoe mooi om samen met Jan patronen te onderzoeken die in de eerste helft van zijn leven functioneel waren en nu disfunctioneel zijn geworden. Hij heeft er last van gekregen en wil zich anders gedragen en anders voelen. Samen zijn we op onderzoek gegaan en is Jan in de praktijk gaan oefenen. Na vijf bijeenkomsten heeft hij met zijn andere manier van communiceren, leren en ervaren dat hij eigenlijk niet voor anderen hoeft te denken. Hij heeft leren vragen te stellen en zijn aannames te checken. Door zich uit te leren spreken en samen met anderen oplossingen te zoeken, ontdekt hij dat -zich schuldig voelen- in zijn eigen gedachten plaatsvond en niet de werkelijkheid was van de ander.

Jan is inmiddels acht maanden verder en heeft na afronding van onze gesprekken twee keer gebeld om te delen wat er allemaal is veranderd. Ook grote veranderingen beginnen met een kleine stap. Het vergt wat lef om hiermee te starten.